Zand erover

Als er gekozen wordt voor crematie dan komt de term “asbestemming “ voorbij. Asbestemming is de keuze die nabestaanden maken over wat te doen met de as. De een wil de as in een urn, sieraad, tattoo of ander ornament bij zich houden. De ander kiest voor verstrooien, soms anoniem, boven zee, via een ballon of op het strooiveld. Welke manier er ook wordt gekozen, het is een bijzonder moment. Het is het moment, dat minimaal 4 weken na de uitvaart, de nabestaanden weer heel dicht bij de overledene staan. Soms het is moeilijk te bevatten dat in de zwarte bus, grijze koker, urn of strooi-urn de as zit, wat echt hun dierbare is geweest.

Ik krijg er veel vragen over; “Hoeveel as is er?” of “Hoe ziet het eruit?” Het ligt er maar net aan. De gemiddelde lengte van een Nederlander is ongeveer 1,75 meter, en na een crematie is er gemiddeld 2 tot 3 kilo as overgebleven. Maar als we om ons heen kijken is iedereen toch anders.

Na een jaar gewerkt te hebben in een crematorium, waar ik ook zelf verantwoordelijk ben geweest voor vele crematies, weet ik dat eigenlijk elke as net een beetje anders is. Meer, minder, licht, donker. Het verschilt van elkaar, je staat er niet zo bij stil, maar er is een subtiel gevoel van identiteit overgebleven.

Alle assen dienen met respect te worden behandeld. As na een crematie staat voor iemand en zo hoort daar ook mee worden omgegaan. Bij iedere crematie gaat een crematiesteentje met daarop een uniek nummer mee, zodat na de crematie de as gekoppeld kan worden aan een persoon. In Nederland is het bij wet verboden, dat as van verschillende personen gemengd kan worden. Het steentje is een mooi systeem, maar heeft wel het nadeel dat iemand dreigt te veranderen in een nummer. Ik voorkwam dat voor mijzelf door bewust de naam te lezen die aan dat nummer gekoppeld was. Ook al weten de meeste mensen niet dat ik de crematie verzorgde, voor mezelf vond ik het belangrijk dat altijd met grote zorg en respect te doen.

Helaas gaat het niet altijd goed, zoals ik laatst van een cliënte hoorde en geloof me, ik krijg dan toch een beetje last van plaatsvervangende schaamte.

Zo vertelde de cliënte over hoe haar gezin de as van haar broer ging verstrooien op het strooiveld van een crematorium. De ontvangst was, zoals ze zelf benoemde, "een beetje knullig", wachtend op de gang, tussen de nabestaanden van een andere uitvaart. Uiteindelijk zelf het kantoortje
binnen moeten lopen, om de aandacht van het personeel te krijgen. Ze werden aan tafel gezet en de strooi-urn werd gehaald. Wat er toen gebeurde, was, vergeef me de uitdrukking, tenenkrommend. De medewerkster morste de as van haar broer op de tafel, de stoel en op de grond. Ze hadden er met grote ogen naar gekeken. Er volgde geen excuses, geen schrik reactie, maar een nonchalante houding, waarbij het as in één moeite werd weggeveegd, met de verklaring: " Oh, het wordt tijd voor een nieuwe strooi-urn".

Waar mensen werken, gaan er wel eens dingen fout. Soms overkomelijk en soms niet. Maar in deze situatie was de reactie erop onvergefelijk. Als “niets aan de hand, zand erover”. Maar het was, zoals de cliënte vertelde, wel de as van haar broer. "Daar gaat hij", had ze gedacht.

Ja, ik heb bijna wekelijks te maken met overlijden, cremeren, as en met nabestaanden, die,
zonder uitzondering, te maken hebben met een verlies dat uiteindelijk een plaats moet krijgen. Een gebeurtenis zoals mijn cliënte mij vertelde komt gelukkig niet vaak voor, maar doet mij eens te meer beseffen dat we in ons vak de plicht hebben om iedereen als uniek te benaderen en in iedere situatie met respect te handelen. Ik bedoel maar: als ik het moment zou bereiken dat ik de as van een overledene zonder pardon van een stoel veeg, is dat het moment dat ik al veel eerder een andere baan had moeten zoeken. Werken in de uitvaart voelt voor mij als een voorrecht, iets waar je met hart en ziel voor kiest en waar je voor gaat. Respect, toewijding, ondersteuning en empathie; altijd en op ieder moment.

Populaire posts